Begrippen Beleggingsbeleid

Basispunt

Een basispunt is één honderdste procentpunt (0,01 procent). Als de rente stijgt van 2% naar 3%, is dat een stijging van 100 basispunten. Een stijging van 100 basispunten noemen we ook wel een stijging van 1 procentpunt.

Beheersvergoeding externe managers

Onderdeel van de kosten van vermogensbeheer. Het betreft de vergoedingen die worden betaald aan de externe managers die een gedeelte van het vermogen van Ahold Pensioenfonds beleggen.

Beleggingscommissie

De Beleggingscommissie heeft de taak het Bestuur te adviseren over het beleggingsbeleid van het pensioenfonds. De Beleggingscommissie bestaat uit interne en externe leden.

Beleggingsportefeuille

Het geheel van de beleggingen die het pensioenfonds heeft.

Beleggingsstijl

Beleggingsstijl is een breed begrip waar veel aspecten bij horen die te maken hebben met de manier waarop een pensioenfonds belegt. Elementen die hierbij een rol spelen zijn onder meer de regio- en sectorspreiding en actief of passief beleggen. 

Regiospreiding betekent dat bijvoorbeeld aandelen worden aangehouden van bedrijven uit verschillende regio’s. Ahold Pensioenfonds heeft bijvoorbeeld een Europese aandelenportefeuille en een Amerikaanse aandelenportefeuille. Maar ook binnen Europa kan een verdere spreiding worden aangebracht.

Sectorspreiding betekent dat bijvoorbeeld aandelen worden aangehouden van verschillende sectoren. Te denken valt bijvoorbeeld aan de financiële sector (zoals banken en verzekeraars) en de energie sector (zoals olie en gasbedrijven).

Bij actief en passief beleggen speelt de index een rol. Een index is een verzameling effecten die zo is samengesteld dat ze een bepaald gedeelte van de beleggingsmarkt representeert. Te denken valt bijvoorbeeld aan de AEX–index. Dit is de index van de beurs in Amsterdam en de index is samengesteld uit fondsen die worden verhandeld op deze beurs. 

Bij actief beleggen wordt getracht een beter rendement te behalen dan de index. Bij passief beleggen is het doel niet om een beter rendement te behalen dan de index, maar is het doel om de index zo nauwkeurig mogelijk te volgen. Bij een actieve beleggingsstijl maakt de belegger binnen de AEX-fondsen een selectie van fondsen om zodoende een hoger rendement te halen dan het gemiddelde van de AEX-beurs. Actief beleggen is daarmee risicovoller (de belegger kan het immers ook fout hebben en de verkeerde fondsen selecteren) en duurder omdat de belegger ‘actiever’ belegt en meer tijd besteed aan de portefeuille.


Benchmark

Een benchmark wordt gebruikt om de prestaties van een vermogensbeheerder af te meten aan een bepaalde objectieve maatstaf: als die een positief rendement van 6% heeft behaald, en de vermogensbeheerder heeft een positief rendement van 6.5% behaald, heeft de belegger het relatief goed gedaan. Bij een degelijk positief verschil spreekt men van "outperformance". Bij een negatief verschil is er een “underperformance”.

Dekkingsgraad en beleidsdekkingsgraad

Is een indicator voor de financiële positie van een pensioenfonds (“hoe goed staat het fonds ervoor”). De dekkingsgraad wordt berekend door de waarde van de bezittingen (ook wel genoemd ‘beleggingen’ of ‘assets’ of ‘pensioenvermogen’) te delen door de waarde van de pensioenvoorzieningen. Sinds 2016 is sprake van de zogenaamde beleidsdekkingsgraad: het gemiddelde van de dekkingsgraad van de afgelopen twaalf maanden.

Overrendement

Overrendement is extra rendement boven het rendement waarop de pensioenopbouw is gebaseerd. De ingelegde premies moeten met een bepaald rendement groeien om te zijner tijd voldoende pensioen te kunnen uitbetalen. Als Ahold Pensioenfonds een hoger rendement behaalt dan verondersteld, is sprake van overrendement.

Procentpunt

Als de rente stijgt van 2% naar 3%, komt er 1 procent bij. Dit noemen we een stijging van 1 procentpunt.

Rendement

Dit geeft aan wat het belegde vermogen heeft opgebracht. Er is een belegging geweest; op een later meetmoment heeft die belegging een andere waarde, hopelijk een hogere dan aan het begin.

Renterisico

Het renterisico houdt in dat door veranderingen in de rentestand de financiële positie van het pensioenfonds verandert. Bijvoorbeeld, als de rente stijgt, dan daalt de waarde van de obligaties (leningen aan overheden of bedrijven met een afgesproken vaste rentevergoeding) en als de rente daalt, dan stijgt de waarde van de obligaties. Ook de hoogte van de pensioenvoorziening is gevoelig voor renteveranderingen.

Reserves

Buffervereisten (het hebben van reserves) gaan uit van de gedachte dat er een reserve aan vermogen moet worden opgebouwd voor tijden waarin de financiële markten slechte resultaten laten zien. Bij een dekkingsgraad van 100% heeft een pensioenfonds net genoeg vermogen om de verplichtingen na te komen, boven de 100% beschikt het fonds over buffers. Bij een lager percentage dan 100% is er sprake van onderdekking. Een pensioenfonds moet volgens De Nederlandsche Bank voldoen aan twee dekkingsgraden: minimum vereiste dekkingsgraad en een vereiste dekkingsgraad. Die zijn voor elk pensioenfonds verschillend.

Risicoreductie

Het verminderen van het risico dat een bepaalde gebeurtenis zich voordoet, dan wel het beperken van de nadelige gevolgen van de gebeurtenis. Het pensioenfonds dekt bijvoorbeeld het valuta- en renterisico gedeeltelijk af, hiermee worden de gevolgen van valuta- en/of renteschommelingen beperkt.

Transactiekosten

Onderdeel van de kosten van vermogensbeheer. Het zijn de kosten die worden gemaakt om een beleggingstransactie tot stand te brengen. Dit is bijvoorbeeld de vergoeding die wordt betaald aan de handelaar die de aandelen op de beurs koopt of verkoopt.

Valutarisico

Vreemde valuta’s (bijvoorbeeld de Amerikaanse dollar) stijgen en dalen in waarde in de loop van de tijd. Bij een waardedaling van die valuta's ten opzichte van de Euro daalt de waarde van de belegging in een vreemde valuta. De waardeschommelingen van valuta’s leiden daarom tot een risico: het valutarisico.

Vastrentende waarden

Vastrentende waarden zijn beleggingen, waarbij gedurende de looptijd een (vast) bedrag aan rente wordt uitgekeerd en waarbij aan het eind van de looptijd de hoofdsom wordt terugbetaald.

Vereiste dekkingsgraad

Dit is de dekkingsgraad die het pensioenfonds nodig heeft om vooral bepaalde beleggingsrisico’s op te vangen. Ahold Pensioenfonds stelt deze periodiek vast en kijkt daarbij onder andere naar de verdeling van de beleggingen over verschillende beleggingscategorieën (bijvoorbeeld aandelen en obligaties). Hoe hoger het risico dat het fonds met beleggingen loopt, hoe hoger de vereiste dekkingsgraad is.

Vermogensbeheerkosten

Dit is de verzamelnaam van alle kosten die worden gemaakt om het vermogen van het pensioenfonds te beheren. Het betreft zowel de interne kosten (bijvoorbeeld van de afdeling Beleggingen van Ahold Pensioenfonds) als de externe kosten (bijvoorbeeld de beheersvergoeding voor externe managers).


Mijn Ahold Pensioen

Mijn Ahold Pensioen geeft u een duidelijk overzicht van uw persoonlijke pensioensituatie.

Wat vindt u?
Ik vind het belangrijk dat mijn pensioenfonds een verantwoord beleggingsbeleid heeft


 
Deze website gebruikt cookies om te kunnen functioneren en het gebruik te analyseren teneinde het gebruiksgemak te verbeteren.Akkoord